Het ‘Gerda-gehalte’ van een vijftigplusser

Ga jij mij opereren? Kind, je komt net kijken. Gisteravond stond je waarschijnlijk nog in café De Gieter. En ik ben zeker je allereerste patiënt? Dat wil ik allemaal roepen. Maar ja. Wat is er van je over als je met een complexe beenbreuk in je Hema-string op de operatietafel ligt? Met een dreigend narcosekapje boven je neus.

Het was een stom ongeluk. Hooggehakt neem ik afscheid van een klant, na een interview en loop richting de wenteltrap. Met haast. Druk druk druk, als belangrijke tekstschrijver. Als ik snel ben, haal ik nog net mijn volgende afspraak, bedenk ik me. Maar daar, bij de eerste trede, stap ik mis en beland na een vrije val op de tegelvloer.

Vrouw van middelbare leeftijd. Van trap gevallen. Ligt als kever op rug. Dat lezen de ambulancebroeders waarschijnlijk in hun display. Eenmaal gearriveerd, drogeert een tweetal jonge broeders me met ketamine om me pijnloos op de brancard te hijsen. ‘Trippen, is dat nou nodig?’ kerm ik. ‘U houdt graag de controle begrijp ik?’ lacht een van de knullen. Maar ik kan geen antwoord meer geven.

Overgeleverd aan de jongelui
Passief agressief. Dat begrip leerde ik van mijn kinderen. Agressie, vermomd in een schijnbaar onschuldige opmerking. Doe je dat op onze leeftijd, dan ben je al gauw een ‘Gerda’. Of een ‘Karen’. Zo heten die vrouwen kennelijk. Ik vrees dat ze een punt hebben. Het is het resultaat van 53 jaar levenservaring. Mij maak je de pis niet lauw, zeggen ze in Eindhoven. Maar geloof me. Val van een trap en je bent overgeleverd aan jongelui, die maling hebben aan je bijdehante opmerkingen. Ze overleggen onderling over wat ze met je doen. Of niet. En of je je er liever niet mee wilt bemoeien.

En geef ze eens ongelijk.

Wij vijftigers zijn in hun ogen namelijk vijftigers. Zoals je zelf vroeger als jonge meid soms meewarig keek naar deze vrouwen. Dan heb je je beste tijd wel gehad, dacht ik toen eerlijk gezegd.

Gemuts
Eenmaal de overgangsleeftijd bereikt, voelt het natuurlijk helemaal niet zo. Sterker nog, in mijn hoofd is er niet veel veranderd. De tijd dat ik zelf in de kroeg stond is even geleden, maar met de juiste muziek erbij stá ik er weer. Gedachtes over wat je eens zal gaan doen met je leven, poppen nog regelmatig op. Mijn tweede helft is nog niet uitgespeeld. Plannen te over.

Maar de jonge garde aan verplegend personeel confronteert me met mijn eigen Gerda-gehalte. Als ik het infuus ‘liever’ niet wil. ‘Mevrouw, dat doen we niet zomaar’. Of het gordijn graag dicht wil houden. ‘Mevrouw, het is voor uw zaalgenoten niet fijn om tegen een dicht gordijn aan te kijken.”

Maar mijn gemuts levert wél een extra bezoek van een trauma-arts op. Mevrouw is wat angstig, staat in het dossier. “Komt het weer goed?” piep ik, en kijk met een schuin oog naar de nietjes in mijn been. “U bent jong, slank en rookt niet. Alle seinen staan op groen”, stelt hij me gerust.

Het is mijn mantra geworden.

Na stug het gordijn dicht te hebben gehouden, krijg ik na wat nachten mijn ontslag. De arts had gelijk, zie ik. Achter mijn gordijn liggen enkel 70-plussers. Dan heb je de beste tijd toch wel gehad, denk ik en hink weg vanachter mijn looprek. Maar gelukkig geef ik mezelf op tijd een reprimande: “Kappen nu, Gerda!”

Wilma van Rooijen (1967) is zelfstandig tekstschrijver en ghostblogger voor ondernemers. Haar schrijfpraktijk TekstNuance is gevestigd in Waalwijk. Ze is getrouwd met Michèl, samen hebben ze dochter Noah (1998) en zoon Isar (2001).

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top