Blog: In dit huis serveren we AVG’tjes

“Is het nou zo moeilijk een keer niet op vakantie te gaan?” Het zijn de memorabele
woorden van m’n 22-jarige dochter, die nooit één festival, concert, bondingsweekend of bestuursborrel oversloeg.

Woke verruilde ze deze zomer sinds coronatijd iets vaker haar 15m2 in Amsterdam voor een dagje in de provincie. Woke voor wat betreft corona. Maar al veel langer als het om eten gaat. Afgelopen week daagden Isa en Medina ons uit om gluten te schrappen. Nou, zij moest het noodgedwongen toen ze net ging studeren. Coeliakie. Er ontpopte zicht een hippe foodie.

Ik voel een enorme generatiekloof. Dezelfde die ik ervaar bij Ralph Moorman. Zijn ingrediënten kén ik helemaal niet. Maar mijn dochter zou met hem kunnen lezen en schrijven.

Haar huis in de provincie heeft dan ook een groot nadeel. Hier slaat AVG de klok.

Studentenjargon voor aardappels, vlees, groente. En dat is de schuld van de mannen.

Het is de schuld

van de mannen

Di papa laat rustig de hele zaterdagmiddag een vers geslachte kip garen. Het broertje eet vooral burgers. Gelukkig ligt de tijd dat achter ons, dat we tijdens het diner de feiten over broeikasgassen, en andere desastreuse gevolgen van onze onnozelheid moesten consumeren. Dat lag niet aan de discussievaardigheden of factchecks van onze dochter. Meer aan de dovemans oren van de mannen: die kluiven onverstoorbaar door.

“Zal ik koken?” is de nieuwe strategie. “Ja, jij kookt”, roep ik onmiddellijk.

“En we eten wat de pot schaft”, gil ik, voor iemand het verzint er gehaktballen bij te draaien.

De keuken vult zich met de geuren van knoflook, mint en chili. Op het aanrecht zoete aardappel, hummus, quinoa, gierst, kamut, linzen, gedroogd zeewier en wat tofu. Dochter neuriet mee met de exotische klanken uit de bluetooth speaker. 

Aan tafel kijkt mijn zoon fronsend naar het houten bakje met groene substantie. “Mag ik er misschien eieren bij bakken?” fluistert hij.

De muziek speelt verder. Heerlijk! Roep ik wel drie keer, om de mannen de mond te snoeren. Ook als ze al lang en breed het hapje naar binnen hebben geschoven. Van schrik laten ze de vla met aardbeien en slagroom in de ijskast staan.

Dan staat mijn dochter op. Ze wil de trein van 20.00 uur halen. Ze pakt haar tas, trekt de stekker uit de speaker. Weg muziek. Weg dochter. “Hè, wat ongezellig”, zeg ik. Ze kijkt me aan: “Mam, wen er maar aan. Corona gaat weer voorbij, dan kom ik echt niet elke keer hiernaartoe.”

Mijn holbewoners halen opgelucht adem. 

Wilma van Rooijen (1967) is zelfstandig tekstschrijver en ghostblogger voor ondernemers. Haar schrijfpraktijk TekstNuance is gevestigd in Waalwijk. Ze is getrouwd met Michèl, samen hebben ze dochter Noah (1998) en zoon Isar (2001).

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top